Jam en gelei met pectine of agar agar

fruit-3489313_1920

Pectine en agar agar zijn beide plantaardige geleermiddelen, onmisbaar bij het maken van jam en gelei.
Pectine is een restproduct uit de vruchtensapindustrie, het wordt gewonnen uit de schillen van citrusvruchten en appels. Pectine komt dus van nature voor in fruit/vruchten maar er zijn grote verschillen in hoeveelheid. Veel pectine zit in aalbessen, kweeperen, citrusvruchten, appelen, pruimen, kruisbessen, (onrijpe) abrikozen en mispels. Rijpe vruchten bevatten de meeste pectine, onrijp fruit een stuk minder. Ook overrijp fruit bevat minder pectine, een handig weetje als je jam gaat maken.
Jam wordt niet zomaar jam. De pectine zorgt alleen voor verdikking als er ook suiker en zuur aanwezig is in het vruchtenmengsel. Je kunt het mengsel zuurder maken door citroenzuur toe te voegen en als suiker gebruik je gewone kristalsuiker. Als de verhoudingen in orde zijn kook je het mengsel tot de warme jam/gelei aan de bolle kant van een lepel blijft hangen. Als het mengsel afkoelt wordt deze nog wat dikker.
Vuistregel voor pectine: 1 tot 4 gram pectine per kilo fruit. Het totale suikergehalte (van nature aanwezige vruchtensuiker plus de toegevoegde suiker) moet minimaal 55 % zijn en de zuurgraad rond de 3,5.

Agar agar
Ook agar agar is een plantaardig product, het wordt gemaakt uit de celwanden van bepaade zeewiersoorten. Agaragar komt uit het Maleis en betekent gelei. Het is een wit poeder zonder geur of smaak.

Eén tot twee gram is voldoende voor 1 liter gelei of jam. Eén gram om lichtjes op te stijven, twee gram wanneer je een stevige jam/gelei wilt. Los het poeder op in een koude vloeistof , breng deze vloeistof op kookpunt en laat gedurende enkele minuten sudderen. Het geleren is dus niet afhankelijk van zuurgraad en de hoeveelheid suiker zoals bij pectine. Met agar agar kun je dus suikervrije of suikerarme jam maken.
Agar-agar lost op boven de 85°C, maar bij het afkoelen wordt stevig vanaf 40°.

Meer over pectine, citroenzuur en agar agar op levenvanhetland.nl

Mocht je vragen hebben, mail me gerust.

antonie@levenvanhetland.nl

 

 

Advertenties

plantaardige yoghurt en probiotica

Als je yoghurt wilt maken van plantaardige melk heb je specifieke melkzuurbacteriën nodig, deze worden vaak probiotica genoemd. De lactoferm bifiduscultuur is een dergelijk probioticum.

Voeg een zakje toe aan een liter plantaardige melk en meng dit goed. Gebruik bij voorkeur melk met een temperatuur van ca. 38 graden C. Laat het mengsel een uur of acht rijpen bij deze temperatuur en klaar is je yoghurt. Om er zeker van te zijn dat de probiotica goed z’n werkt doet kun je een suiker toevoegen. Doe dit dan in de vorm van maismoutstroop of een andere granensuiker. Deze suiker is een oligosacharide en deze suikers worden zeer gewaardeerd door de Bifidobacterium infantis, onderdeel van de probiotica.

probiotics.jpg

 

Nog een laatste tip. Zorg er voor dat de melk niet warmer wordt dan een graad of 42, de melkzuurbacteriën gaan dood boven deze temperatuur.

Om de melk op temperatuur te houden kun je een thermoskan gebruiken of maak het jezelf gemakkelijk met een yoghurtautomaat.

Succes en mocht je vragen hebben, mail me gerust.

antonie@levenvanhetland.nl

Kefir Bioferment en kokosmelk

Kefirdrank maak je met melk waar een kefircultuur aan toegevoegd wordt. Maar wil je eens een andere smaak, maak het dan eens met kokosmelk. De Kefir Bioferment cultuur groeit namelijk niet alleen in koemelk maar ook in kokosmelk!

Je kweekt deze lobbige drank gewoon bij kamertemperatuur en als de smaak je bevalt bewaar je 100 ml als start voor een nieuwe liter kokos/kefir drank. Een Kefir Bioferment verpakking bevat drie zakjes, genoeg om vele liters kokos/kefir drank te maken. De handleiding voor het kweken wordt mee geleverd.

 

 

 

 

Voorkiemen en topspruiten

Om de oogst te vervroegen en zo de aardappelziekte phythophtora een stap voor te blijven kun je de aardappels voorkiemen. Bij dit voorkiemen is licht erg belangrijk want  voldoende licht geeft korte stevige spruiten. Deze spruiten breken niet af als je gaat poten.

Hoe kiem je voor? Zet de aardappelen overdag buiten neer  (in een kistje of bij kleine hoeveelheden in eierdozen) en vergeet niet ze ’s nachts naar binnen te halen. Zeker niet als het gaat vriezen! Na een paar weken heeft het pootgoed spruiten gevormd en kun je gaan poten.

Planten

De beste tijd om te planten is vanaf half april. Plant de aardappelen in goed los gewerkte grond waar de bemesting doorheen gemengd is.

Poot de aardappelen niet te vroeg (voor april) om te voorkomen dat het loof bevriest bij een late nachtvorst. Mocht je dat toch overkomen dan zal de aardappelknol misschien wel opnieuw uitlopen maar je bent de voorsprong die je had door voor te kiemen wel kwijt. Ook de opbrengst zal minder zijn.

Dan nog even kort over de topspruit. Veel van die lekkere oude rassen vormen een topspruit, de andere ogen lopen pas later uit. Verwijder deze topspruit, zodat alle groeikracht van de knol naar de overige ogen (spruiten) kan gaan. Je krijgt zo een betere oogst. Bij moderne rassen doet dit verschijnsel zich niet meer voor, door veredelen is deze eigenschap verdwenen.

De aardappelrassen zijn verdeeld in:

zeer vroege  afrijpende rassen

kortste groeiperiode, vroegste geoogst, snel opeten want ze zijn minder geschikt om te bewaren.

vroeg tot middenvroeg afrijpende rassen

vrij korte groeiperiode en de oogst is nog redelijk op tijd. Zeker als je voorkiemt! Te bewaren tot in de herfst.

gemiddeld tot laat afrijpende rassen

Lange groeiperiode, late oogst, uitstekend te bewaren gedurende de wintermaanden.

topspruit

Op de foto zie je hoe groot de topspruit als is. Rechts onderin zie je een oog wat nog maar net begint uit te lopen. Breek de topspruit weg zodat de andere ogen ook uit kunnen lopen.

houtas voor gazon en moestuin

In mijn vorig bericht had ik het over het gebruik van houtas in de moestuin. In deze blog wat extra informatie over deze meststof. Houtas bevat Calcium, kalium, Fosfor, magnesium en flink wat sporenelementen. De meeste houtkachelstokers hebben houtas genoeg maar let op dat je je beperkt in het gebruik hiervan. Voor alle meststoffen geldt, overdaad schaadt. Per vierkante meter strooi je ongeveer 100 gram, bij voorkeur in het groeiseizoen.

Knoflook, gek op Kalium, bemest je in het najaar (vlak voor het planten), eind februari en een laatste keer in mei.

Je gazon kan ook wel wat gebruiken en het begin van het groeiseizoen is een goed moment, namelijk februari/maart.

Fruit bemest je in maart. Geef bessenstruiken en fruitbomen een paar handen vol houtas.

De rest van de moestuin kun je in april/mei bemesten. Zijn planten gevoelig voor slakken strooi dan een cirkeltje houtas om de planten. Geen garantie dat de slakken weg blijven maar wellicht scheelt het in de schade.

Zelf strooi ik vlak voor een regenbui, dan spoelt de meststof snel in.

Vorst

Het vriest behoorlijk maar gelukkig kan de #knoflook daar goed tegen. Sterker nog, voor een goede bolvorming is vorst noodzakelijk. Straks in februari, als het weer dooit, vergeet dan niet de knoflook te bemesten met een kaliummeststof. Dit kun je doen in de vorm van patentkali of eventueel met as uit de houtkachel. Vroeger werd van houtas potas gemaakt, een belangrijke kaliummeststof. Nu wordt potas gewonnen uit mijnen.

Eind maart, begin april kun je nog een keer bemesten. Kalium is een belangrijke meststof voor knoflook, het bevordert onder andere de bolvorming.

Heb je nog geen knoflook gepoot? Geen probleem, het kan tot eind februari mits het niet vriest. De bollen blijven wel wat kleiner dan de in oktober geplante knoflook, maar geven nog steeds een mooie oogst.

 

printanor

De moestuin in november

FavaBeanInPod_(8305001217)

Herfstzaai tuinbonen
November is de maand om de eerste tuinbonen te zaaien. Normaal gesproken zaai je deze eind van de winter maar probeer het ook eens in november. Tuinbonen kunnen goed tegen lichte vorst en in het geval van een milde winter oogst je al vroeg in het jaar je tuinbonen! Het ras Aquadulce is hier zeer geschikt voor omdat deze tuinboon beter tegen vorst (tot -15 graden C) kan dan andere rassen. Maar ook de Molleboon en het Duiveboontje kunnen een mooi resultaat geven bij een herfstzaai. Bij een strenge winter gaat het mis maar ach, wie niet waagt eet pas laat tuinbonen..

Knoflook
Het poten van knoflook is in volle gang en gelukkig werkt het weer mee. Heb je nog geen knoflook gepoot, doe dit dan voor eind november. Poten in december kan wel maar poten in november geeft een beter resultaat. Er is veel vraag naar Olifantsknoflook (Aglione) en ik doe mijn best iedereen te voorzien. Mocht de knoflook in de webshop uitverkocht zijn, neem dan even contact met mij op, wellicht is er weer nieuwe voorraad onderweg.

Een aantal soorten zijn uitverkocht voor dit seizoen maar toch is er nog keuze uit zo’n 17 verschillende soorten knoflook. Let vooral op de Ophio… heerlijk van smaak en de grote tenen zijn makkelijk te pellen. Keukenplezier noemt Cees deze knoflook.

Winterrogge
Open plekken in de moestuin kun je vanaf oktober tot half november inzaaien met winterrogge. Zo zorg je er voor dat er minder voedingsstoffen uitspoelen en verhoog je het gehalte aan organische stof. Rogge kun je in het vroege voorjaar, als je de ruimte nodig hebt om de eerste gewassen de zaaien, makkelijk onderspitten. Bovendien ziet het er mooi uit en kun je, als je langs de randen een strook laat staan, in de zomer genieten van de volgroeide rogge.