Aglione

Van verschillende kanten kreeg ik informatie gestuurd over de Italiaanse knoflook Aglione, ook wel Aglio del Lacio genoemd. Groot, mild van smaak en als je deze eet stink je niet naar knoflook. Als knoflookliefhebber vind ik dat laatste overigens geen probleem…
Maar wat blijkt nu, de Aglione is een Olifant knoflook en die is gewoon in Nederland te koop in de webshop van levenvanhetland.nl. De Olifant knoflook is trouwens nauw verwant aan de Oerprei, Parellook, Kurrat en tareh (Perzische prei). Allemaal erg lekker maar toch minder imposant dan de Olifant knoflook.

Hoe kies je de juiste knoflook voor de moestuin?

Er staan meer dan 50 soorten knoflook in de webshop, hoe kies je daar de juiste soorten voor je moestuin uit? Je kunt ze natuurlijk alle 50 kopen zoals best wel veel klanten doen, maar daar zijn sommige tuinen te klein voor.
Daarom een kort verhaal over knoflook en de verschillende soorten. Knoflook kun je verdelen in twee hoofdgroepen, de niet-bloeiende soorten (softnecks) en de bloeiende soorten (hardnecks). Deze softnecks en hardnecks worden weer onderverdeeld in subgroepen. De knoflooksoorten binnen een subgroep delen een aantal eigenschappen zoals oogsttijdstip, smaak, bloei, bewaarbaarheid etc. Ik hoop dat onderstaand overzicht het maken van een goede keuze makkelijker maakt. Iedere beschrijving sluit ik af met een opsomming van de soorten binnen een subgroep.

Rocambole (hardnecks)
De Rocambole knofloken staan vooral bekend om hun rijke, volle knoflooksmaak. De bollen worden onder de juiste omstandigheden (voldoende voedingsstoffen zoals kalium en zeker voldoende water) groot en bevatten 8 – 12 teentjes. Het pellen van deze teentjes is een feest, het velletje zit erg los. Laat je de bloemstengel zitten dan zul je zien waarom deze groep ook wel spiraallook of slangenlook wordt genoemd.

Je oogst deze knofloken in de loop van juli. Eet ze op tijd op, het is geen knoflook om te bewaren.

Dauvage, Paw paw, Bavarian, Red duke, Red dwarf, Koren red hot, Ophio, Hnat, Maxatawny, Amish, Cherokee, Purple haze, Yugoslavian.

Creole (hardnecks)
De soorten uit deze subgroep vormen niet de grootste bollen maar smaak (vooral rauw), uiterlijk en bewaarduur maken dit gebrek aan grootte helemaal goed. De knofloken uit deze subgroep gedragen zich als een hardneck, er wordt een bloemstengelgevormd, maar genetisch gezien staan ze dichter bij de niet bloeiende subgroep Silverskin.

De soorten uit deze groep zouden afkomstig zijn uit Spanje en verspreidt zijn door de Conquistadores. Mooi verhaal maar of het waar is? Wat in ieder geval waar is , is de schoonheid van deze soorten én de smaak. Proef ze eens rauw! Vol van smaak en eerder warm dan heet.

Morado , Guatamalan ikeda, Eden rose, Killarny red, Sulmona.

Porcelain (hardnecks)
Deze subgroep vormt indrukwekkende planten, tot ruim 2 meter hoog! Ook de bollen kunnen indrukwekkend zijn. Groot en wit met 4 – 6 grote tenen. Vergeleken met andere groepen bevatten deze knofloken veel allicine. Allicine is verantwoordelijk voor de karakteristieke smaak en geur van knoflook én heeft een bacteriedodende werking.

De Porcelain soorten zijn zeer goed te bewaren. Dit komt omdat de bolvliezen strak om de bol heen zitten. Een bewaartip, eet eerst de knofloken met een vlekje en reserveer de bollen die mooi en strak in hun vel zitten voor consumptie later in het jaar. Je oogst deze knoflookgroep wat later dan andere soorten, meestal tegen het eind van juli.

Pennsylvanian dutch, Georgian fire, Suzan delafield, Rosewood, Music, German extra hardy, Floha, Krasnador white.

Purple stripe (hardnecks)
De knofloken uit de Purple stripe subgroep vormen allemaal een bloemstengel. Genetisch gezien staan deze knoflook nog dicht bij de oorspronkelijke knoflook. Het is de enige groep die, met wat hulp, in staat is zaad te vormen. Purple stripe soorten vormen prachtige bollen met 8 – 12 tenen per bol. De sikkelvormige teentjes zijn rijk en vol van smaak en over het algemeen niet extreem scherp. De ene knoflookteen is makkelijker te pellen dan de ander, en de Purple stripe tenen zijn over het algemeen makkelijk te pellen.

Om een goede bol te kunnen oogsten is het handig de bloemstengel er uit te knippen. Doe dit echter niet bij allemaal, knoflookbloemen kunnen prachtig van vorm zijn

Je oogst deze knofloken in de maand juli en je kunt ze, onder de juiste omstandigheden, redelijk goed bewaren.

Ontario purple trillium, Siberian, Tuhan, Red grain, Pskem, Shatili, Chesnok red.

Glazed purple stripe (hardnecks)
Deze groep lijkt op de Purple Stripe groep maar de kleuren van de vliezen kunnen naast paarse vlekken ook gouden en/of zilveren vlekken heeben. Je oogst ze wat eerder dan de Purple stripe soorten en de bol blijft ook iets kleiner.

Red rezan, Polen, Purple glazer, Colorado purple, Maroccan, Amish.

Marbled purple stripe (hardnecks)
Volgens Kees Knoflook een interessante en raadselachtige groep. De planten lijken sterk op de Purple stripe groep maar de bollen hebben meer iets weg van Rocambole bollen.
Goed bwaarbaar.

North, Oosterdel, Krasnodar red, Bzenc, Bai pi suan, Estonia red

Turban (hardnecks)
De Turban groep is nauw verwant aan de Artichoke subgroep. De bloemstengel vormt een bloemstengel inde vorm van een waaier.
In zachte winters vormen de Turbans geen bloemstengel en gedraagt zich dan als een softneck.

De mooi gestreepte bol is redelijk groot dit ondanks de vaak wat kleine plant. Let op, de bollen zijn niet erg lang te bewaren en beginnen vaak tegen de planttijd in oktober al uit te lopen. Eet ze op tijd dus.

Uzbek turban, Thai purple, Thai fire, Constanza, Shandong, Thai, Lotus.

Asiatic (hadrnecks)
De subgroep Asiatic staat genetisch gezien dichtbij de subgroepen Rocambole, Purple stripe en Porcelain.

Soorten uit deze subgroep vormen redelijk grote bollen, ook als je de bloemstengel niet verwijdert. Deze bloemstengel is meestal opgerold en vrij kort. De “bloem” heeft een langwerpig en gerimpeld omhulsel met een gering aantal broedbollen.

En dan de bollen, daar kweken we ze voor toch? Het stevige omhulsel van de bollen is vaak licht gestreept (van top tot teen) en de tenen zijn groot en dik. Let er op dat de Asiatics snel afrijpen. Daarom oogst je ze het best direct als de bladeren gaan verkleuren. Als je langer wacht dan zijn de bollen al open gebroken en dat komt de bewaarbaarheid niet ten goede.

Je kunt ze, onder goede omstandigheden, zo’n 4 maanden bewaren.

Wildfire, Wonha, Pyonyang, Red janice.

Artichoke (softnecks)
Soorten uit deze subgroep vormen vrij forse planten en grote bollen. De vele teentjes, vaak meer dan 16, overlappen elkaar in de bol net zo als de (schut)blaadjes bij de artisjok, vandaar de naam. De buitenste teentjes zijn groot en onregelmatig van vorm. De binnenste teentjes zijn een stuk kleiner.

De Artichoke knofloken vormen zelden een bloemstengel maar vormt wel af en toe broedbollen. Deze zitten dan niet aan de bloemstengel maar vormen zich onderaan de stam.

Een belangrijke voordeel van deze subgroep is de bewaarbaarheid. Omdat de tenen strak omsloten zijn door het omhulsel kun je deze knofloken goed bewaren. Reken op 6 – 9 maanden onder goede condities. Een ander voordeel, voor sommige een nadeel, is de milde smaak. Vooral liefhebbers van rauwe knoflook waarderen daarom deze subgroep.

Transylvanian, Red touc, Inchelium red, Simonettit, Valverde, Thuringer rote, Belgische rote

Silverskin (sofnecks)
Knoflook van de Silverskin groep vindt je naast de artichoke groep soms in de supermarkt. Dit door zijn mooie witte bolvliezen en de lange bewaarbaarheid tot wel 12 maanden.

De plant heeft smalle bladeren en een dunne stengel. Tegen de oogsttijd vallen de planten soms al plat op de grond. Normaal vormt de Silverskin geen bloemstengel, maar door extreme weersomstandigheden kan dit wel eens gebeuren.

Het is een van de laatst te oogsten soorten.
Deze groep groeit van de warme zuidelijke landen tot de koude noordelijke landen. Ze worden ook het meest gebruikt om strengen van te maken.
De buitenste tenen zijn groot, meer naar binnen worden de tenen smaller en langer. Tussen de 12 en 20 tenen per bol.
De smaak varieert van soort tot soort, van zacht en mild tot pittig en scherp.

Flavor, Anton, Fokhagyma.

droogte en bodemvruchtbaarheid

De moestuinen zijn erg droog en er is nog geen vooruitzicht op een flinke regenbui. Met leidingwater of slootwater komen de meeste moestuiniers deze periode wel door, hoop ik. Sommigen hebben zelfs een eigen reservoir bij de tuin, gevuld door de overvloedige regen in het vroege voorjaar.
Naast water geven is er nog een mogelijkheid de waterhuishouding te verbeteren, namelijk klei! Met kleimineralen, dat zijn kleikorrels van 2- 5 mm, verbeter je de vochthuishouding in de bodem.
Hoe werkt het? De kleimineralen vormen samen met de aanwezige bodembestanddelen het klei-humus complex (KHC). Niet alleen met het organisch materiaal maar ook met zandkorrels. Deze binding aan anorganisch materiaal zoals zand, is natuurlijk een zegen voor iedereen die op wat drogere zandgrond tuiniert. Alle voordelen van kleimineralen op een rij:

* Verbeterde vochtbalans, het water spoelt niet direct weg
* Daarom ook minder uitspoeling van voedingsstoffen
* Verbeterde lucht-waterhuishouding
* Stimuleert een actiever bodemleven voor een gezonde bodem

Kortom, kleimineralen zijn een zegen zijn voor je moestuin, zeker tijdens zo’n droge periode zoals nu!

kleimineralen_web

Een verpakking Edasil kleimineralen is voldoende voor 30 m2 moestuin.

Mocht je nog vragen hebben, mail me gerust.

Kaasdoek, waar gebruik je het voor?

Kaasdoek wordt gebruikt als filterdoek bij het maken van Goudse en Edammer kaas. Voor je de wrongel in de kaasvorm stopt bekleed je de vorm met een kaasdoek. Deze kaasdoek laat wel de vloeistof (wei) door maar niet de kaasdeeltjes (wrongel). Zorg er voor dat de doeken zo glad mogelijk in de vorm komen, dan krijg je een betere/mooiere kaaskorst na het persen.

Kaasdoek is beschikbaar in de volgende maten:

35 x 35 cm voor de kleine kaasvormen van 400  en 650 gram

50 x 50 cm voor de kaasvormen van 1 en 2 kilo

75 x 75 cm voor de Edammer vorm van 4 kilo

105 x 105 cm filterdoek bij de bereiding van kwark, bier en wijn

150 cm breed per meter, filterdoek bij de bereiding van kwark, bier en wijn. 

Voor zachte kazen heb je geen kaasdoek nodig. Dat komt omdat deze kazen niet worden geperst.

Ook voor Kadova  kaasvormen heb je geen kaasdoek nodig, deze kaasvormen hebben een nylon net om de kaasdeeltje in het vat te houden. deze kaasvormen zijn weliswaar iets duurder maar het werkt wel superhandig.

Voor je een kaasdoek voor de eerste keer gebruikt, spoel deze dan even goed met zout water. De kaasdoek blijft dan soepel. Na gebruik de kaasdoek goed schoonspoelen om de wei en wrongeldeeltjes te verwijderen, daarna kun je ze met de was laten mee draaien (max. 40 gradenC.).

Mocht je nog vragen hebben, mail me gerust.kaasdoek

Pompoenscheuten

Pompoenen kunnen erg snel groeien en het kan nodig zijn een aantal scheuten weg te knippen. Ik las dat deze scheuten ook eetbaar zijn vooral als ze nog jong en mals zijn. En niet alleen eetbaar maar ook erg gezond, deze scheuten zitten vol belangrijke voedingstoffen.

Een uitje er bij, paar tenen knoflook, ik ga het deze zomer proberen:-)

 

Marina Di Chioggia

Wellicht is het niet moeders mooiste maar lekker is deze pompoen wel. Het vruchtvlees is geel-oranje van kleur en heerlijk zoet. Geschikt voor de soep, de taart of lekker gebakken met een uitje. Italianen gebruiken de Marina Di Chioggia ook voor de gnocchi en ravioli.

De vruchten kunnen 3- 6 kilo zwaar worden en je oogst ze als de steel van de pompoen gaat barsten of rimpelen. Ze hoeven niet in één keer op, het is een echte bewaarpompoen.

Pompoenen hebben een voedselrijke grond nodig, geef dan ook flink compost. Of liever nog, vul een flink gat met compost en plant/zaai de pompoen daar in. Wat ik zelf erg mooi vind is een pompoenplant óp de composthoop. Hou de vochthuishouding in de gaten, door hun snelle groei stellen ze een gieter water bij droog weer op prijs.

Omdat de vruchten behoorlijk zwaar worden kan ondersteuning nodig zijn. Op de foto hieronder zie je een mooie oplossing, maar je kunt ze natuurlijk ook over de grond laten ranken.

Klik hier om deze zaden te bestellen.

marina

Gezond met melkzuurbacteriën

Wat hebben zuurkool, kaas, droge worst, kimchi en yoghurt met elkaar te maken? Het zijn allemaal producten waar de melkzuurbacterie een grote rol speelt in de bereiding. Door deze bacterie verandert de smaak en worden producten beter houdbaar. Ook worden een aantal producten door de melkzure gisting beter verteerbaar. Neem bijvoorbeeld yoghurt. Door de melkzuurbacterie kun je de melk langer bewaren, krijgt het product een heerlijke friszure smaak én verteerd de bacterie vast een deel van de lactose voor je. Yoghurt en melkzuurbacteriën, een prima combinatie dus!

Zelf gemaakte yoghurt bevat bovendien geen (kunstmatige) toevoegingen, alleen melk en de yoghurtbacteriën. Door het fermentatieproces bevat zelfgemaakte yoghurt weinig tot geen lactose; de yoghurtbacteriën zetten de lactose immers grotendeels om in melkzuur. Heb je echt een lactose-allergie dan laat je de yoghurt wat langer fermenteren zodat de bacteriën alle lactose kunnen opeten.

Je kunt verschillende soorten melk gebruiken, magere, halfvolle en volle melk. Naast koemelk en geitenmelk is ook plantaardige melk geschikt voor het maken van yoghurt. Kies dan voor de probiotische startcultuur. De kefir is ook geschikt voor plantaardige melk.

De biologische culturen zijn er in verschillende smaken:

  • Yoghurt naturelMet de biologische yoghurt naturel startcultuur maak je minstens 30 liter heerlijke yoghurt, mild en romig van smaak.

    Een verpakking bevat 3 zakjes met gevriesdroogde yoghurtcultuur. Eén zo’n zakje is voldoende voor 1 liter yoghurt. Bewaar 2 a 3 lepels yoghurt om te gebruiken als starter voor de volgende bereiding. Dit kun je een keer of 10 herhalen voor dat verkeerde bacteriën de overhand krijgen

  • Probiotische yoghurt                                                                                                             Met de biologische probiotische yoghurt startcultuur maak je ook minstens 30 liter yoghurt, zachtzuur van smaak.Een verpakking bevat 3 zakjes met gevriesdroogde yoghurtcultuur. Eén zo’n zakje is voldoende voor 1 liter yoghurt. Bewaar 2 a 3 lepels yoghurt om te gebruiken als starter voor de volgende bereiding. Dit kun je een keer of 10 herhalen voor dat verkeerde bacteriën de overhand krijgen

    Deze cultuur is ook geschikt  om yoghurt te maken van plantaardige melk zoals sojamelk. 

 

  • KefirMet de biologische kefir startcultuur maak je  melkkefir, een smakelijke en frisse melkdrank..

    Een verpakking bevat 3 zakjes met gevriesdroogde yoghurtcultuur. Eén zo’n zakje is voldoende voor 1 liter yoghurt. Bewaar 2 a 3 lepels yoghurt om te gebruiken als starter voor de volgende bereiding. Dit kun je een keer of 20 herhalen voor dat verkeerde bacteriën de overhand krijgen

    Deze cultuur is ook geschikt  om yoghurt te maken van plantaardige melk zoals sojamelk.

    De kefir groeit optimaal bij kamertemperatuur.

 

  • KarnemelkMet de biologische  Dickmilch cultuur maak je dickmilch, een romige karnemelk. Zeker als je de karnelk maakt van volle melk.

     

    De karnemelk cultuur is beschikbaar in een verpakking van 1 zakje en in een verpakking van 3 zakjes.. Eén zo’n zakje is voldoende voor 1 liter karnelk. Bewaar 2 a 3 lepels karnemelk om te gebruiken als starter voor de volgende bereiding. Dit kun je een keer of 10 herhalen voor dat verkeerde bacteriën de overhand krijgen

    Deze cultuur is ook geschikt  om karnemelk te maken van plantaardige melk zoals sojamelk.

    De karnemelk groeit optimaal bij kamertemperatuur.

Heb je nog vragen, mail me gerust.

 

 

 

Kruidenmengsels voor kaas

Kaas met kruiden, heerlijk! Er zijn nogal wat kruiden of kruidenmengsels die worden toegevoegd aan de kaas. De meest bekende is komijn, maar ook bieslook, brandnetel en fenegriek zie je regelmatig bij de kaashandel.

Maar hoe maak je kruidenkaas? Je volgt het normale proces en vlak voor de wrongel in de kaasvaten wordt gestopt meng je de kruiden door de wrongel. De hoeveelheid kruiden varieert per mengsel maar reken op 10 gram gedroogde kruiden per 10 liter kaasmelk. Gebruik je de pepermelange dan voeg je zo’n 5 gram per 10 liter kaasmelk toe.

Vóór je de kruiden door de wrongel mengt worden de kruiden gesteriliseerd en geweekt. Dit doe je als volgt. Breng een kleine hoeveelheid wat er aan de kook en voeg de benodigde kruiden toe. Vervolgens laat je de kruiden 1,5 tot 2 uur weken. De tijden kunnen variëren bij de verschillende mengsels, je leest de juiste tijd op de verpakking. Nog een aantal opmerkingen.

  • Gebruik niet teveel water, dat gaat ten koste van de smaak.
  • Week de kruiden lang genoeg, door het weken kun je ze beter mengen met de wrongel.
  • Voeg de kruiden toe aan water dat even tegen de kook is gebracht, zo maak je de kruiden steriel en voorkom je schimmels en dergelijk in de kaas.
  • Kruidenkaas wordt meestal jong gegeten, bewerk de wrongel daarom niet te intensief.
  • De kruiden zijn beschikbaar in verpakkingen van 100 en 500 gram.

Klik hier voor een overzicht van de beschikbare kruidenmengsels.

 

 

 

Voorkiemen en topspruit

Gisteren sprak ik mijn buurman en hij vertelde dat op sommige plekken in zijn moestuin nog steeds vorst in de grond zit. Maar de vooruitzichten zijn goed er kan dus weer gezaaid en gepoot worden!
Ik kreeg van een aantal mensen de vraag of je pootaardappelen altijd moet voorkiemen. Nou nee, het hoeft zeker niet, maar het is wel een goed idee als je vroeg aardappelen uit eigen tuin wilt eten. Het geldt dus vooral voor de vroege en middenvroege rassen. Voor de wat latere rassen is het niet nodig.

Let er bij het voorkiemen op dat de aardappelen voldoende licht krijgen zodat de kiem (spruit) niet te lang uitgroeit. Als je in deze periode begint met voorkiemen kunnen de aardappelen begin april de grond in. Poot de aardappelen niet te vroeg (voor april) om te voorkomen dat het loof bevriest bij een late nachtvorst. Mocht je dat toch overkomen dan zal de aardappelknol waarschijnlijk wel opnieuw uitlopen maar je bent de voorsprong die je had door voor te kiemen wel kwijt.

Dan nog even kort over de topspruit. Een aantal rassen vormen eerst een topspruit, de andere ogen lopen pas later uit. Verwijder deze topspruit, zodat alle groeikracht van de knol naar de overige ogen (spruiten) kan gaan. Je krijgt zo een betere oogst.

De aardappelrassen zijn verdeeld in zeer vroege  afrijpende rassen, vroeg tot middenvroeg afrijpende rassen en gemiddeld tot laat afrijpende rassen. De zeer vroeg afrijpende rassen hebben een korte groeiperiode en kunnen vroeg worden geoogst, de late rassen hebben een wat langere groeiperiode en worden laat geoogst. Deze late rassen kun je trouwens ook het beste bewaren. Wil je een wintervoorraad, poot dan ook een rijtje late aardappelen.

De poottijd voor alle rassen loopt van april tot begin mei.

middenvroege rassen

late rassen

Vorst

Het is koud hier in Haren, rond de -8 op dit moment en de verwachting is dat het de hele dag blijft vriezen. Op dit soort dagen verstuur ik geen pootaardappelen want ik kan niet garanderen dat ze zonder vorstschade aan komen. Want vorst, daar kunnen de aardappelen niet tegen.

Mocht je het pootgoed toch dringend nodig hebben mail me dan even. Wellicht kun je het op komen halen of kan het worden verstuurd via een DHL parcelshop.

Vanaf maandag 5 maart gaan de pakketten met pootgoed hier weer de deur uit. De eerste helft van maart is ook een mooi moment om te starten met voorkiemen. Voorgekiemde aardappelen kun je iets eerder oogsten dan niet voorgekiemde poters maar pas op voor nachtvorst. Ook het blad van de aardappel is erg gevoelig voor vorst.

Pootgoed bestellen, kijk hier voor een overzicht.