houtas voor gazon en moestuin

In mijn vorig bericht had ik het over het gebruik van houtas in de moestuin. In deze blog wat extra informatie over deze meststof. Houtas bevat Calcium, kalium, Fosfor, magnesium en flink wat sporenelementen. De meeste houtkachelstokers hebben houtas genoeg maar let op dat je je beperkt in het gebruik hiervan. Voor alle meststoffen geldt, overdaad schaadt. Per vierkante meter strooi je ongeveer 100 gram, bij voorkeur in het groeiseizoen.

Knoflook, gek op Kalium, bemest je in het najaar (vlak voor het planten), eind februari en een laatste keer in mei.

Je gazon kan ook wel wat gebruiken en het begin van het groeiseizoen is een goed moment, namelijk februari/maart.

Fruit bemest je in maart. Geef bessenstruiken en fruitbomen een paar handen vol houtas.

De rest van de moestuin kun je in april/mei bemesten. Zijn planten gevoelig voor slakken strooi dan een cirkeltje houtas om de planten. Geen garantie dat de slakken weg blijven maar wellicht scheelt het in de schade.

Zelf strooi ik vlak voor een regenbui, dan spoelt de meststof snel in.

Advertenties

Vorst

Het vriest behoorlijk maar gelukkig kan de #knoflook daar goed tegen. Sterker nog, voor een goede bolvorming is vorst noodzakelijk. Straks in februari, als het weer dooit, vergeet dan niet de knoflook te bemesten met een kaliummeststof. Dit kun je doen in de vorm van patentkali of eventueel met as uit de houtkachel. Vroeger werd van houtas potas gemaakt, een belangrijke kaliummeststof. Nu wordt potas gewonnen uit mijnen.

Eind maart, begin april kun je nog een keer bemesten. Kalium is een belangrijke meststof voor knoflook, het bevordert onder andere de bolvorming.

Heb je nog geen knoflook gepoot? Geen probleem, het kan tot eind februari mits het niet vriest. De bollen blijven wel wat kleiner dan de in oktober geplante knoflook, maar geven nog steeds een mooie oogst.

 

printanor

De moestuin in november

FavaBeanInPod_(8305001217)

Herfstzaai tuinbonen
November is de maand om de eerste tuinbonen te zaaien. Normaal gesproken zaai je deze eind van de winter maar probeer het ook eens in november. Tuinbonen kunnen goed tegen lichte vorst en in het geval van een milde winter oogst je al vroeg in het jaar je tuinbonen! Het ras Aquadulce is hier zeer geschikt voor omdat deze tuinboon beter tegen vorst (tot -15 graden C) kan dan andere rassen. Maar ook de Molleboon en het Duiveboontje kunnen een mooi resultaat geven bij een herfstzaai. Bij een strenge winter gaat het mis maar ach, wie niet waagt eet pas laat tuinbonen..

Knoflook
Het poten van knoflook is in volle gang en gelukkig werkt het weer mee. Heb je nog geen knoflook gepoot, doe dit dan voor eind november. Poten in december kan wel maar poten in november geeft een beter resultaat. Er is veel vraag naar Olifantsknoflook (Aglione) en ik doe mijn best iedereen te voorzien. Mocht de knoflook in de webshop uitverkocht zijn, neem dan even contact met mij op, wellicht is er weer nieuwe voorraad onderweg.

Een aantal soorten zijn uitverkocht voor dit seizoen maar toch is er nog keuze uit zo’n 17 verschillende soorten knoflook. Let vooral op de Ophio… heerlijk van smaak en de grote tenen zijn makkelijk te pellen. Keukenplezier noemt Cees deze knoflook.

Winterrogge
Open plekken in de moestuin kun je vanaf oktober tot half november inzaaien met winterrogge. Zo zorg je er voor dat er minder voedingsstoffen uitspoelen en verhoog je het gehalte aan organische stof. Rogge kun je in het vroege voorjaar, als je de ruimte nodig hebt om de eerste gewassen de zaaien, makkelijk onderspitten. Bovendien ziet het er mooi uit en kun je, als je langs de randen een strook laat staan, in de zomer genieten van de volgroeide rogge.

 

 

 

Aglione

Van verschillende kanten kreeg ik informatie gestuurd over de Italiaanse knoflook Aglione, ook wel Aglio del Lacio genoemd. Groot, mild van smaak en als je deze eet stink je niet naar knoflook. Als knoflookliefhebber vind ik dat laatste overigens geen probleem…
Maar wat blijkt nu, de Aglione is een Olifant knoflook en die is gewoon in Nederland te koop in de webshop van levenvanhetland.nl. De Olifant knoflook is trouwens nauw verwant aan de Oerprei, Parellook, Kurrat en tareh (Perzische prei). Allemaal erg lekker maar toch minder imposant dan de Olifant knoflook.

Hoe kies je de juiste knoflook voor de moestuin?

Er staan meer dan 50 soorten knoflook in de webshop, hoe kies je daar de juiste soorten voor je moestuin uit? Je kunt ze natuurlijk alle 50 kopen zoals best wel veel klanten doen, maar daar zijn sommige tuinen te klein voor.
Daarom een kort verhaal over knoflook en de verschillende soorten. Knoflook kun je verdelen in twee hoofdgroepen, de niet-bloeiende soorten (softnecks) en de bloeiende soorten (hardnecks). Deze softnecks en hardnecks worden weer onderverdeeld in subgroepen. De knoflooksoorten binnen een subgroep delen een aantal eigenschappen zoals oogsttijdstip, smaak, bloei, bewaarbaarheid etc. Ik hoop dat onderstaand overzicht het maken van een goede keuze makkelijker maakt. Iedere beschrijving sluit ik af met een opsomming van de soorten binnen een subgroep.

Rocambole (hardnecks)
De Rocambole knofloken staan vooral bekend om hun rijke, volle knoflooksmaak. De bollen worden onder de juiste omstandigheden (voldoende voedingsstoffen zoals kalium en zeker voldoende water) groot en bevatten 8 – 12 teentjes. Het pellen van deze teentjes is een feest, het velletje zit erg los. Laat je de bloemstengel zitten dan zul je zien waarom deze groep ook wel spiraallook of slangenlook wordt genoemd.

Je oogst deze knofloken in de loop van juli. Eet ze op tijd op, het is geen knoflook om te bewaren.

Dauvage, Paw paw, Bavarian, Red duke, Red dwarf, Koren red hot, Ophio, Hnat, Maxatawny, Amish, Cherokee, Purple haze, Yugoslavian.

Creole (hardnecks)
De soorten uit deze subgroep vormen niet de grootste bollen maar smaak (vooral rauw), uiterlijk en bewaarduur maken dit gebrek aan grootte helemaal goed. De knofloken uit deze subgroep gedragen zich als een hardneck, er wordt een bloemstengelgevormd, maar genetisch gezien staan ze dichter bij de niet bloeiende subgroep Silverskin.

De soorten uit deze groep zouden afkomstig zijn uit Spanje en verspreidt zijn door de Conquistadores. Mooi verhaal maar of het waar is? Wat in ieder geval waar is , is de schoonheid van deze soorten én de smaak. Proef ze eens rauw! Vol van smaak en eerder warm dan heet.

Morado , Guatamalan ikeda, Eden rose, Killarny red, Sulmona.

Porcelain (hardnecks)
Deze subgroep vormt indrukwekkende planten, tot ruim 2 meter hoog! Ook de bollen kunnen indrukwekkend zijn. Groot en wit met 4 – 6 grote tenen. Vergeleken met andere groepen bevatten deze knofloken veel allicine. Allicine is verantwoordelijk voor de karakteristieke smaak en geur van knoflook én heeft een bacteriedodende werking.

De Porcelain soorten zijn zeer goed te bewaren. Dit komt omdat de bolvliezen strak om de bol heen zitten. Een bewaartip, eet eerst de knofloken met een vlekje en reserveer de bollen die mooi en strak in hun vel zitten voor consumptie later in het jaar. Je oogst deze knoflookgroep wat later dan andere soorten, meestal tegen het eind van juli.

Pennsylvanian dutch, Georgian fire, Suzan delafield, Rosewood, Music, German extra hardy, Floha, Krasnador white.

Purple stripe (hardnecks)
De knofloken uit de Purple stripe subgroep vormen allemaal een bloemstengel. Genetisch gezien staan deze knoflook nog dicht bij de oorspronkelijke knoflook. Het is de enige groep die, met wat hulp, in staat is zaad te vormen. Purple stripe soorten vormen prachtige bollen met 8 – 12 tenen per bol. De sikkelvormige teentjes zijn rijk en vol van smaak en over het algemeen niet extreem scherp. De ene knoflookteen is makkelijker te pellen dan de ander, en de Purple stripe tenen zijn over het algemeen makkelijk te pellen.

Om een goede bol te kunnen oogsten is het handig de bloemstengel er uit te knippen. Doe dit echter niet bij allemaal, knoflookbloemen kunnen prachtig van vorm zijn

Je oogst deze knofloken in de maand juli en je kunt ze, onder de juiste omstandigheden, redelijk goed bewaren.

Ontario purple trillium, Siberian, Tuhan, Red grain, Pskem, Shatili, Chesnok red.

Glazed purple stripe (hardnecks)
Deze groep lijkt op de Purple Stripe groep maar de kleuren van de vliezen kunnen naast paarse vlekken ook gouden en/of zilveren vlekken heeben. Je oogst ze wat eerder dan de Purple stripe soorten en de bol blijft ook iets kleiner.

Red rezan, Polen, Purple glazer, Colorado purple, Maroccan, Amish.

Marbled purple stripe (hardnecks)
Volgens Kees Knoflook een interessante en raadselachtige groep. De planten lijken sterk op de Purple stripe groep maar de bollen hebben meer iets weg van Rocambole bollen.
Goed bwaarbaar.

North, Oosterdel, Krasnodar red, Bzenc, Bai pi suan, Estonia red

Turban (hardnecks)
De Turban groep is nauw verwant aan de Artichoke subgroep. De bloemstengel vormt een bloemstengel inde vorm van een waaier.
In zachte winters vormen de Turbans geen bloemstengel en gedraagt zich dan als een softneck.

De mooi gestreepte bol is redelijk groot dit ondanks de vaak wat kleine plant. Let op, de bollen zijn niet erg lang te bewaren en beginnen vaak tegen de planttijd in oktober al uit te lopen. Eet ze op tijd dus.

Uzbek turban, Thai purple, Thai fire, Constanza, Shandong, Thai, Lotus.

Asiatic (hadrnecks)
De subgroep Asiatic staat genetisch gezien dichtbij de subgroepen Rocambole, Purple stripe en Porcelain.

Soorten uit deze subgroep vormen redelijk grote bollen, ook als je de bloemstengel niet verwijdert. Deze bloemstengel is meestal opgerold en vrij kort. De “bloem” heeft een langwerpig en gerimpeld omhulsel met een gering aantal broedbollen.

En dan de bollen, daar kweken we ze voor toch? Het stevige omhulsel van de bollen is vaak licht gestreept (van top tot teen) en de tenen zijn groot en dik. Let er op dat de Asiatics snel afrijpen. Daarom oogst je ze het best direct als de bladeren gaan verkleuren. Als je langer wacht dan zijn de bollen al open gebroken en dat komt de bewaarbaarheid niet ten goede.

Je kunt ze, onder goede omstandigheden, zo’n 4 maanden bewaren.

Wildfire, Wonha, Pyonyang, Red janice.

Artichoke (softnecks)
Soorten uit deze subgroep vormen vrij forse planten en grote bollen. De vele teentjes, vaak meer dan 16, overlappen elkaar in de bol net zo als de (schut)blaadjes bij de artisjok, vandaar de naam. De buitenste teentjes zijn groot en onregelmatig van vorm. De binnenste teentjes zijn een stuk kleiner.

De Artichoke knofloken vormen zelden een bloemstengel maar vormt wel af en toe broedbollen. Deze zitten dan niet aan de bloemstengel maar vormen zich onderaan de stam.

Een belangrijke voordeel van deze subgroep is de bewaarbaarheid. Omdat de tenen strak omsloten zijn door het omhulsel kun je deze knofloken goed bewaren. Reken op 6 – 9 maanden onder goede condities. Een ander voordeel, voor sommige een nadeel, is de milde smaak. Vooral liefhebbers van rauwe knoflook waarderen daarom deze subgroep.

Transylvanian, Red touc, Inchelium red, Simonettit, Valverde, Thuringer rote, Belgische rote

Silverskin (sofnecks)
Knoflook van de Silverskin groep vindt je naast de artichoke groep soms in de supermarkt. Dit door zijn mooie witte bolvliezen en de lange bewaarbaarheid tot wel 12 maanden.

De plant heeft smalle bladeren en een dunne stengel. Tegen de oogsttijd vallen de planten soms al plat op de grond. Normaal vormt de Silverskin geen bloemstengel, maar door extreme weersomstandigheden kan dit wel eens gebeuren.

Het is een van de laatst te oogsten soorten.
Deze groep groeit van de warme zuidelijke landen tot de koude noordelijke landen. Ze worden ook het meest gebruikt om strengen van te maken.
De buitenste tenen zijn groot, meer naar binnen worden de tenen smaller en langer. Tussen de 12 en 20 tenen per bol.
De smaak varieert van soort tot soort, van zacht en mild tot pittig en scherp.

Flavor, Anton, Fokhagyma.

droogte en bodemvruchtbaarheid

De moestuinen zijn erg droog en er is nog geen vooruitzicht op een flinke regenbui. Met leidingwater of slootwater komen de meeste moestuiniers deze periode wel door, hoop ik. Sommigen hebben zelfs een eigen reservoir bij de tuin, gevuld door de overvloedige regen in het vroege voorjaar.
Naast water geven is er nog een mogelijkheid de waterhuishouding te verbeteren, namelijk klei! Met kleimineralen, dat zijn kleikorrels van 2- 5 mm, verbeter je de vochthuishouding in de bodem.
Hoe werkt het? De kleimineralen vormen samen met de aanwezige bodembestanddelen het klei-humus complex (KHC). Niet alleen met het organisch materiaal maar ook met zandkorrels. Deze binding aan anorganisch materiaal zoals zand, is natuurlijk een zegen voor iedereen die op wat drogere zandgrond tuiniert. Alle voordelen van kleimineralen op een rij:

* Verbeterde vochtbalans, het water spoelt niet direct weg
* Daarom ook minder uitspoeling van voedingsstoffen
* Verbeterde lucht-waterhuishouding
* Stimuleert een actiever bodemleven voor een gezonde bodem

Kortom, kleimineralen zijn een zegen zijn voor je moestuin, zeker tijdens zo’n droge periode zoals nu!

kleimineralen_web

Een verpakking Edasil kleimineralen is voldoende voor 30 m2 moestuin.

Mocht je nog vragen hebben, mail me gerust.

Kefir Bioferment en kokosmelk

Ik kwam er pas vandaag achter dat Kefir Bioferment ook in kokosmelk groeit! Je kweekt deze lobbige drank gewoon bij kamertemperatuur en als de smaak je bevalt bewaar je 100 ml als start voor een nieuwe liter kokos/kefir drank. Een verpakking bevat drie zakjes, genoeg om vele liters kokos/kefir drank te maken.

Gebruik waardebon INSTA voor een leuke korting op Kefir Bioferment, geldig tot en met 30 juni 2018.

 

dav